Discriminatie
Discriminatie is het maken van onderscheid. In beginsel is dit een neutrale, breed toepasbare term, waarvan de betekenis in de 20e eeuw echter is verschoven naar: het achterstellen van individuen of groepen, op basis van kenmerken die niet relevant zijn in een gegeven situatie.[1] [2][3]
In juridische zin is discriminatie het onrechtmatig onderscheid maken tussen mensen of groepen, oftewel het niet gelijk behandelen van gelijke gevallen, bijvoorbeeld bij sollicitaties op de arbeidsmarkt. Discriminatie kan zowel bedoeld als onbedoeld gebeuren.[4]
Begripsbepaling
[bewerken | brontekst bewerken]De moderne betekenis van discriminatie verwijst naar het, zonder rechtvaardiging, anders behandelen van mensen of (minderheids)groepen vanwege bijvoorbeeld afkomst, politieke of religieuze overtuigingen, sociale gewoonten, sekse, seksuele geaardheid, taal, handicap, leeftijd. Deze vormen van discriminatie staan haaks op het grondbeginsel dat alle mensen gelijkwaardig zijn.
Discriminatie komt voort uit expliciete of impliciete stereotypen, vooroordelen en lage verwachtingen, die al dan niet bewust in daden worden omgezet. Discriminatie kan als persoonlijke en als geïnstitutionaliseerde discriminatie voorkomen.
Ook de weigering om naargelang de behoefte (bijvoorbeeld door een handicap) doeltreffende aanpassingen te verrichten, terwijl deze aanpassingen geen onevenredige belasting vormen, kan opgevat als een vorm van discriminatie.
Discriminatie beperkt degene die het overkomt in de ontplooiingsmogelijkheden, zoals deelname aan het openbaar leven, het recht van vrije vestiging, het volgen van onderwijs, het uitoefenen van een beroep.
Ethische uitwerking
[bewerken | brontekst bewerken]Dat discriminatie ethisch niet te verantwoorden is, lijkt vanzelfsprekend. Toch is het niet duidelijk of elke vorm van onderscheid tussen mensen, zelfs als deze negatieve effecten veroorzaakt, een moreel ongeoorloofde vorm van discriminatie is.[5]
Vanuit een ethische dimensie gaat het om het verantwoorden of het moreel gegrond is om op basis van kenmerk X persoon A en B op een verschillende manier te behandelen.[5]
- Het gelijkheidsbeginsel, zoals beschreven door Aristoteles in zijn Ethica Nicomachea, stelt dat gelijke casussen een gelijke behandeling vereisen. Dat zit impliciet in de maatschappelijke en juridische definitie van discriminatie vervat, waarin gesproken wordt van "ongelijke behandeling". Volgens een fundamentele regel uit de oordeels-leer zijn er drie logische mogelijke om discriminatie te beschrijven:
- Alle persoonlijke kenmerken kunnen dienen als moreel geldige redenen om mensen te onderscheiden. Dit past bij de oorspronkelijke of bredere definitie van discriminatie (onderscheid), maar sluit niet aan bij de huidige maatschappelijke en juridische definitie. Daarnaast zou die omschrijving geen ethische reflectie vereisen.
- Geen enkel persoonlijk kenmerk kan dienen als moreel geldige reden om mensen te onderscheiden. Hoewel dit het grondbeginsel is van de mensenrechten, sluit dit niet aan bij de specifieke definities die verwijzen naar kenmerken die niet relevant zijn in een gegeven situatie. Die omschrijving zou eveneens de morele dimensie van discriminatie irrelevant maken.
- Sommige persoonlijke kenmerken kunnen dienen als moreel geldige redenen om mensen te onderscheiden. Hoewel die definiëring aansluit bij de alledaagse definitie, is dit niet genoeg om te oordelen over welke kenmerken moreel gezien geldige reden zijn. Aan de hand van het antidiscriminatieprincipe kunnen we die kenmerken omschrijven als legitiem en belangrijk in een bepaalde situatie.
- Het beginsel van de relevantie. Er bestaat geen systematische manier om ethisch te oordelen over de morele geldigheid en de (on)gelijkheid van gevallen bij het onderscheiden van mensen op basis waarvan de discriminatie wordt gedefinieerd. De reden hiervoor is dat dit afhangt van de manier waarop ethisch geoordeeld wordt over de relevantie van enerzijds de kenmerken die als legitiem en belangrijk worden geacht en anderzijds in welke gevallen er een (on)gelijkheid wordt aangeduid. Het oordelen over de relevantie zal afhangen van de achtergrond theorie, en die hun normatieve premissen, voor elk van deze drie criteria: ethische dimensie en de achtergrond theorie(en) die aan de ene kant de legitimiteit en belang van bepaalde kenmerken omvat en aan de andere kant op basis waarvan de (on)gelijkheid tussen gevallen wordt onderscheiden.
Daarnaast is er ook de ethische vraag die ontstaat bij het opstellen van een wettelijk kader rond discriminatie en die aansluit bij het recht en de vrijheid van individuen om moreel ongeoorloofd te handelen. Dit betekent dat het afbakenen van wat we beschouwen als moreel ongeoorloofd handelen losstaat van de vraag welke van die moreel ongeoorloofde handelingen wettelijk verboden moeten/kunnen worden.[5]
Belangenconflict
[bewerken | brontekst bewerken]In een belangenconflict tussen duidelijk gescheiden groepen (bijvoorbeeld rokers versus niet-rokers) is de grens tussen een discriminerende (benadelende) inperking van de zelfbeschikking en de bescherming van anderen een afweging die voortdurend opnieuw moet worden gemaakt. Ook aangaande de godsdienstvrijheid, schoolplicht en (de beperking van) vrije godsdienstuitoefening op school spelen dergelijke belangenconflicten.
Discriminatiegronden
[bewerken | brontekst bewerken]

Er kan worden gediscrimineerd op basis van:[6][7]
- Afkomst (racisme)
- nationaliteit
- regionialiteit
- etniciteit
- Gender
- Seksueel gedrag en seksuele geaardheid (heteroseksisme/heteronormativiteit)
- Functiebeperkingen/handicap (validisme)
- Godsdienst/religie of levensbeschouwing
- Taal (taaldiscriminatie)
- Kinderwens en ouderschap[8]
- Leeftijd (leeftijdsdiscriminatie)
- Status
- sociale klasse (klassisme)
- sociaal-economische status[7]
- kastenstelsel[9]
- subcultuur (bijvoorbeeld punk, hippie, gothic)
- geboorte[6]
- Persoonlijk kenmerk
- Gezondheidstoestand[6]
- Vermogen (economisch)[6]
- Burgerlijke staat[6]
- Samenstelling van het gezin[6]
- Politieke/syndicale overtuiging[6]
- Scholingsgraad (verdringing van lageropgeleiden door hogeropgeleiden bij laaggeschoold werk)
- Andere sociale factoren[7]
Discriminatie door associatie
[bewerken | brontekst bewerken]Discriminatie door associatie treedt op wanneer iemand wordt geassocieerd met een ander persoon, die een afwijkend kenmerk vertoont. Vaak betreft het dan een kind van een derde, met bijvoorbeeld een uitgesproken handicap. De wetgeving in de meeste landen stelt deze vorm van discriminatie gelijk aan rechtstreekse discriminatie,[11] wat ook door rechtspraak bevestigd wordt.[12][13]
Bij een juridische klacht over deze vorm van discriminatie moeten drie elementen worden aangetoond:
- De discriminatie die betrokkene ondervindt
- De associatie tussen de betrokkene en de derde persoon die anders is
- Het oorzakelijk verband tussen het anders zijn van die derde en de ondervonden discriminatie; dit is in een rechtzaak vaak moeilijk aan te tonen.[14]
Voornaamste vormen in de praktijk
[bewerken | brontekst bewerken]Arbeidsmarktdiscriminatie
[bewerken | brontekst bewerken]Bij discriminatie op de arbeidsmarkt worden bepaalde groepen, zonder rechtvaardiging, minder vaak uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek of minder aangeworven. Zo is er wetenschappelijk bewijs voor discriminatie op grond van afkomst, geslacht, geaardheid, godsdienst, handicap en leeftijd.[15] Een sollicitant met een Vlaams klinkende achternaam heeft bijvoorbeeld 25 procent meer kans om te worden uitgenodigd voor een sollicitatie.[16]
Woningmarktdiscriminatie
[bewerken | brontekst bewerken]Bij discriminatie op de woningmarkt worden bepaalde groepen, zonder rechtvaardiging, minder vaak uitgenodigd voor een woningbezichtiging in verband met huur of koop.
Onderwijsdiscriminatie
[bewerken | brontekst bewerken]Bij onderwijsdiscriminatie krijgt een leerling minder onderwijskansen, door vooroordelen of verwachtingen op basis van irrelevante eigenschappen, zoals sociaal economische status, (etnische) identiteit en gender.[3]
Onderwijsdiscriminatie beïnvloedt de schoolprestaties, de schoolloopbaan en daarmee de arbeidskansen. Ondervonden discriminatie gaat samen met meer wangedrag, demotivatie en slechtere schoolprestaties.[17]
Onderwijsdiscriminatie kan op verschillende manieren impact veroorzaken.
Een eerste voorbeeld is het beïnvloeden van de doorstroommogelijkheden door een al dan niet bindend advies van de klassenleraar of het lerarenteam. In Vlaanderen worden allochtone jongeren meer dan dubbel zo vaak naar het buitengewoon onderwijs verwezen als autochtone jongeren.[18]
Daarnaast krijgt onderwijsdiscriminatie ook invloed op de persoon in kwestie via selffulfilling prophecy. Vooroordelen worden in bepaalde handelingen omgezet zoals discriminatie en worden daardoor geïnternaliseerd door de persoon in kwestie. Deze persoon gaat zich dus gedragen naar de verwachtingen.[19]
Positieve discriminatie
[bewerken | brontekst bewerken]Positieve discriminatie is discriminatie die de persoon of groep die gediscrimineerd wordt bepaalde voordelen opbrengt. Positieve discriminatie is in het internationaal recht ook de enige vorm van discriminatie die wordt gedoogd.[20] Ook roepen sommige organisaties als de VN op om tijdelijk bijzondere maatregelen te treffen die gericht zijn op versnelling van feitelijke gelijkstelling van mannen en vrouwen, zonder dat beschouwd wordt als discriminatie, ook al zou dit in normale omstandigheden wel zo worden gezien.[21]
Juridisch
[bewerken | brontekst bewerken]België
[bewerken | brontekst bewerken]De definitie van discriminatie in de Belgische grondwet is zowel algemener – er worden geen voorbeelden gegeven – als beperkter van aard – de rechten en vrijheden worden slechts aan Belgen toegekend, niet aan ieder die in België verblijft.
Nederland
[bewerken | brontekst bewerken]Een algeheel verbod op discriminatie geeft artikel 1 van de Nederlandse Grondwet. Dit artikel luidt:
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Belangrijk voor het bepalen of een gemaakt onderscheid al dan niet discriminatie inhoudt, is de omschrijving in artikel 90quater van het Nederlands Wetboek van Strafrecht:
Onder discriminatie of discrimineren wordt verstaan elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt tenietgedaan of aangetast.
Discriminatie in beroep of bedrijf wegens ras (waaronder ook huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming), godsdienst, levensovertuiging, geslacht, hetero- of homoseksuele gerichtheid of lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap is strafbaar als overtreding. Indien dit opzettelijk gebeurt op basis van ras geldt dit als misdrijf.
In artikel 137d lid 1 Sr. is strafbaar gesteld hij/zij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap.
Ook het zich opzettelijk beledigend uitlaten over een groepen mensen op basis van hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap is strafbaar als misdrijf.
Op 16 februari 2006 meldde minister Donner van justitie aan de Tweede Kamer dat elke aangifte van discriminatie voortaan moet worden opgenomen. Hij erkende dat mensen weleens het politiebureau werden uitgestuurd. Soms werden mensen zelfs vervolgd wegens het persisteren van het willen doen van aangifte (lokaalvredebreuk) wegens discriminatie.
Nederland is partij bij meerdere verdragen die tot doel hebben om discriminatie op verschillende gronden en in verschillende gebieden tegen te gaan.
Eigenwaarde dader
[bewerken | brontekst bewerken]Als iemand wordt geconfronteerd met het eigen discriminerende gedrag, kan dit verschillende effecten hebben op de eigenwaarde. In eerste instantie daalt de eigenwaarde in veel gevallen, maar als er een dreiging wordt gevonden als rechtvaardiging, dan verdwijnt dit effect door de ego-defensieve rol van het afweermechanisme. Verder lijkt de eigenwaarde alleen te verminderen bij meer egalitaire personen, terwijl het bij minder egalitaire personen hun reputatie beïnvloedt.[22]
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]- Artikel over discriminatie in de Stanford Encyclopedia of Philosophy.
- ↑ Mensenrechten in Nederland - Etnisch profileren en discriminatie. Amnesty International. Gearchiveerd op 2 juli 2022. Geraadpleegd op 17 augustus 2022.
- ↑ Discriminatie. www.discriminatie.nl. Geraadpleegd op 17 augustus 2022.
- 1 2 Agirdag, O. (2020). Onderwijs in een gekleurde samenleving. EPO
- ↑ van de Vrede, W. (2021): 'Impliciete discriminatie over het hoofd gezien' in Vakbl Soc Werk 22, 17–19
- 1 2 3 (en) Heinrichs, Bert (2012/12/07). What Is Discrimination and When Is It Morally Wrong?. Jahrbuch für Wissenschaft und Ethik 2012
- 1 2 3 4 5 6 7 8 Unia. Wat is discriminatie?. over discriminatiegronden
- 1 2 3 (en) Slopen, Natalie, Tené T Lewis , David R Williams (1 februari 2016). Discrimination and sleep: a systematic review. Gearchiveerd op 17 augustus 2022. Sleep Medicine 2016
- ↑ Estimating the financial costs of pregnancy and maternity-related discrimination and disadvantage., Manachester (2016). ISBN 978-1-84206-681-2.
- ↑ Global Caste Discrimination (Human Rights Watch, 29-8-2001). web.archive.org (15 november 2008). Gearchiveerd op 15 november 2008. Geraadpleegd op 18 augustus 2022.
- ↑ (en) Rothstein, Mark A., Anderlik (1 september 2001). What is genetic discrimination, and when and how can it be prevented?. Genetics in Medicine 2001
- ↑ (en) " Questions and Answers About the Association Provision of the Americans with Disabilities Act
- ↑ Werkgever veroordeeld voor "discriminatie door associatie", Deredactie.be
- ↑ Handicap dochter is geen reden voor ontslag"
- ↑ (Engels) Meer nodig dan enkel associatie om discriminatie aan te vechten". Gearchiveerd op 30 september 2015. Geraadpleegd op 13 december 2013.
- ↑ (en) Stijn Baert (2018). Audit Studies: Behind the Scenes with Theory, Method, and Nuance. Springer International Publishing, Cham, 63–77. ISBN 978-3-319-71153-9.
- ↑ Stijn Baert, [https://users.ugent.be/~sbaert/NULMETING_DISCRIMINATIE_OP_ANTWERPSE_ARBEIDSMARKT_Rapport.pdf Nulmeting discriminatie op de Antwerpse arbeidsmarkt: rapportering]. Gearchiveerd op 1 juni 2021. Geraadpleegd op 3 augustus 2021.
- ↑ D'hondt, F., Eccles, J. S., Van Houtte, M., & Stevens, P. A. (2016). The attitude-achievement paradox in Belgium: An examination of school attitudes of ethnic minority students. Acta Sociologica, 59(3), 215-231
- ↑ OECD (2004). How student performance varies between schools and the role that socio-economic background plays in this. In OECD (2004), Learning for tomorrow’s world – First results from PISA 2003. p. 186 ev
- ↑ van der Linden, M. (2014): 'Ervaren discriminatie en de schoolprestatie van niet-westerse allochtone scholieren', Universiteit Utrecht, 8–17
- ↑ Amnesty NL, Positieve actie (positieve discriminatie) en mensenrechten. Gearchiveerd op 3 augustus 2021. Geraadpleegd op 4 augustus 2021.
- ↑ VN, VN-VROUWENVERDRAG. Gearchiveerd op 3 februari 2020. Geraadpleegd op 4 augustus 2021.
- ↑ Pereira, C.R.; Álvaro, J.L.; Vala, J. (2018): 'The Ego-Defensive Role of Legitimacy: How Threat-Based Justifications Protect the Self-Esteem of Discriminators' in Personality and Social Psychology Bulletin, Volume 44, Issue 10